Selecteer een pagina

De eerste 27 kilometers zaten erop, maar erg veel belovend zagen de andere kilometers er niet echt uit voor mij. Iemand van de EHBO kwam naar mij toe en vond het verstandig als ik even naar mijn knie zou laten kijken…

Ik liep een beetje teleurgesteld mee naar binnen, waar ze aan mijn knie voelde en mijn benen met elkaar vergeleken. Mijn rechter knie kon amper buigen, helemaal in vergelijking met de linker. De meneer kwam naast me zitten en raadde me aan om niet door te gaan. ‘Serious?’ zei ik verbaasd. Hmmm, wat zal ik doen… Doorrennen? Zo erg kan het niet zijn toch? Of zal ik stoppen? Wat nu als ik voor de rest van m’n leven kreupel loop? Hmm, doorrennen! Ik besloot dus om door te rennen. Het ijs dat op mijn knie lag gaf ik terug aan de de meneer van de EHBO en ik liep naar buiten, ready om de komende kilometers uit te lopen. Puur mentaal, want m’n lichaam had me allang in de steek gelaten voor mijn gevoel.

Nog steeds sloeg ik telkens één drankpost over en mijn dextro’s had ik uit frustratie weggegooid. De steile gedeelten liep ik naar boven en vervolgens rende ik naar beneden. Heel het parcours was vals plat, zo ongelooflijk frustrerend.  Ik veegde de tranen van mijn gezicht met een zweetbandje en liep door. Rennen, lopen, rennen, lopen. Ondertussen was ik bij de dertig kilometer aangekomen. MIJN GOD, ik moet nog twaalf kilometer, maar hoe? Niet huilen, niet huilen, niet huilen, doorgaan, doorgaan, doorgaan!

Inmiddels liep ik in het midden, omdat ik niet aardig kon doen tegen de toeschouwers. Lachen kon ik niet meer, ik was alleen maar boos. Boos op mezelf en de tranen stonden te popelen. No way, dat ik die weer hun gang zou laten gaan. Waarom heb ik niet harder getraind? Waarom ben ik niet vaker naar de sportschool gegaan voor krachttraining? Waarom ben ik niet zorgvuldiger geweest met voeding? Eigen schuld, nu moet ik zelf op de blaren zitten, letterlijk. Want terwijl ik mij door de pijn van mijn knie heen bijt, voel ik in mijn andere voet mijn tenen irriteren. Details? Er waren twee blaren die tegen mijn nagels aandrukte en die dus naar binnen drukte. Tijdens mijn trainingen deed dat altijd super pijn, nu voelde ik ze even, maar al snel ging mijn aandacht ergens anders heen. De rest van de race heb ik niet meer aan mijn voet gedacht. Goed, ik moet ook wel toegeven dat ik best een lage pijngrens heb. Maar een ding is zeker: ik kan veel meer hebben dan voor ik aan dit avontuur begon.

35 kilometer

De roes die ik de eerste twintig kilometer ervoer was nergens meer te bekennen. Ik kon stoppen, een taxi pakken en naar het hotel gaan, maar dat deed ik niet. Daar was ik mezelf bewust van en dat was mijn drijfveer. Ik heb niet opgegeven, niet bij de EHBO, niet bij het begin en nu ook niet, dus ik ga het afmaken. Die kindjes met aids kunnen ook niet even weglopen van wat hun tegemoet komt (ja, dat dacht ik echt). Doorgaan dus!

De kilometers werden grotendeels aangegeven in mijlen. Aan het begin kon ik ze nog wel omrekenen, maar inmiddels was dat te moeilijk. Een getal keer 1.6 doen kon ik niet meer, ik kon alleen maar denken aan de finish en het hotel.

38 kilometer

Nog maar vijf kilometer!  Dat is van mijn huis naar de stad en terug of dat ene rondje langs het water. Alleen zou ik het niet redden en dus rende ik weer naar de zijkant waar ik mezelf moed in liet schreeuwen door de toeschouwers. Dank voor die power, want die had ik hard nodig. Conditioneel ging het overigens prima, ademhaling ging prima, alles zat prima, behalve… Ja, dat deel van mijn lichaam heb ik volgens mij wel genoeg benoemd.

Dan ren ik Central Park in, daar zal ik finishen, daar is het klaar en daar kan ik echt trots zijn op mezelf. Maar nu wil ik stoppen, ik wil mijn been strekken, ik heb zoooo’n pijn! Dus ren (lees: strompel) ik naar de kant, pak me vast aan een hek en begin te strekken. Kom op, doorrennen, dit helpt niet. Dit is echt slechts een smoes die je bedenkt om te stoppen. En ja hoor, ik ren door, want ik weet zelf donders goed dat het gewoon een smoes is.

Central Park

OMG OMG OMG, nog maar 1 mijl! AHHH BIJNAAAA!  Van te voren had iedereen al gezegd dat het stukje door Central Park echt zwaar zou zijn. Niets aan gelogen, want ik ging kapot. Het was stijl, en het werd voor mijn gevoel alleen maar steiler. De borden werkten ook niet mee, want ineens stond er nog 800 meter. Toen ik voor mijn gevoel al achthonderd meter had gelopen, kwam het bord met nog 400 meter. NOOO WAY!  Toen het bord met 200 meter en toen… Toen zag ik de finish! IK ZIE DE FINISH!  DAAR IS DE FINISH!  RENNEN RAOUN, RENNEN! Ik rende, hield mijn handen omhoog (dan houd ik er hopelijk nog een leuke foto aan over) en stapte over de finish. O M G ik ben gefinisht.  ECHT!! I DID IT!

Vier uur en 56 minuten heb ik erover gedaan. Mijn streeftijd van 4.5 uur heb ik niet gehaald. Even twijfelde ik; moet ik trots zijn of teleurgesteld? Nee, trots!  Ja, ik heb mijn eigen streeftijd niet gehaald, maar ik heb hem wel uitgelopen, het geld opgehaald en mijn tegenprestatie geleverd. Ik heb niet opgegeven en ben over de finish van de TCS New York City Marathon. Ik MOET trots zijn van mezelf.

Ik liep door, kreeg mijn medaille, ging op de foto, kreeg folie over mijn heen, pakte een goodiebag (recovery bag) en liep door. Daar zag ik een Medical Post, waar ik heen ging. Ze waren ontzettend aardig, maar konden vrij weinig doen. Ik wilde naar het hotel en in plaats van mijn knie te koelen daar op de post, verbonden ze het ijs om mijn knie en kon ik gaan.

Het was nog een hele route naar de uitgang. Bijna bij het einde kreeg ik nog een grote jas die gevoerd was van de binnenkant. Super lekker en precies wat ik nodig had, want het was koud! Ik was niet de enige die had bedacht om een taxi te pakken; alles zat vol. Dan maar de metro. Onderweg liet ik mijn verklaring van de Medical Post vallen en bukken zat er niet in. Snel kwam iemand het blaadje voor mij oprapen en mij feliciteren. Zo super lief!  Echt iedereen feliciteerde de marathon lopers. Alsof we allemaal helden waren.

In de metro stapte ik te vroeg uit en nam ik alsnog een taxi. Daar kwam ik in de lobby iemand tegen en oooh wat was ik blij. De ontlading kwam pas echt toen ik boven was. In het penthouse van het hotel hadden we met z’n alle afgesproken en veel waren er al. Ik kwam binnen en was zo opgelucht, blij, trots en voldaan. Zo blij om iedereen te zien!  Bijna iedereen was daar met medaille en sommigen kwamen later nog binnen. Wauuwww!  Ik heb haast van iedereen wel zijn verhaal gehoord, deed mijn schoenen uit en ging op de grond zitten. Wauuww, wat een onbeschrijfelijk gevoel.

Deel I gemist? Die lees je hier. Morgen lees je hoe het mij verder verging in NYC Marathon story: deel III.

Veel liefs,

Raounak