Selecteer een pagina

WAUWW! Waar moet ik beginnen met vertellen over de marathon? Het was zo’n geweldige ervaring, wauw, wauw, wauw!

Een dag voor de marathon ging ik een kort en onwijs langzaam rondje rennen. Puur en alleen om mijn benen los te maken, want een vlucht van +- tien uur maakt je spieren niet veel gelukkiger.

Ik had nog geen twee kilometer gelopen of mijn knie (andere kant dit keer) deed pijn. Echt pijn. Meteen appte ik mijn fysio die aanraadde een masseur te zoeken. Dat werd ‘m niet helemaal, aangezien er slechts een wellnessmasseur tot mijn beschikking was. Wel zat er in het dance4life team een fysio. Die had ik expres niet gevraagd, want hij rent zelf ook de marathon en wie wil er nu werken op zijn vakantie? Uit wanhoop vertelde ik het verhaal in de lift aan Caran, de vrouw die alles regelde rondom de marathon en tevens de vriendin van Stijn, de fysio. Volg je ‘m nog? 😉

Even later zat ik teleurgesteld in mijn kamer en ging de telefoon. Caran belde om te vertellen dat Stijn nu naar mij toe komt om even naar mijn knie te kijken. AAAH, super lief! Hij nam meteen tape mee, maakte mijn spieren los en tapte mijn knie in. We wisten allebei dat pijnloos een te mooi streven zou zijn, maar een verlichting was het zeker. Die avond had ik mijn knie nog gekoeld en was ik ready voor D-DAY!

D-DAY

Rond twee uur ’s nachts werd ik wakker. Ik ging op de grond liggen en rolde, bij gebrek aan een foam roller, met mijn been over een grote colafles heen. Alles wat ik nodig had stopte ik in de doorzichtige zak die we op de expo hadden gekregen. Rietjes, dextro, Ipod, Iphone, geld voor een taxi (metro’s zijn gratis voor marathonlopers, maar een taxi is net iets fijner), shirt, extra shirt, warme kleding, schoenen, oordopjes, sporthorloge en eten en drinken. Om half zes liep ik samen met mijn kamergenootje naar beneden, want om kwart voor zes zou de bus vertrekken. Ik had heel wat lagen aan, super kort geslapen door de jetlag én zenuwen, maar was er ondanks dat helemaal klaar voor.

Om half zeven kwamen we aan bij Staten Island, de plek waar gewacht werd voor we konden starten. Als je niet voor zeven uur binnen bent op Staten Island kun je de marathon haast wel schudden werd er verteld. De brug wordt dan afgesloten en dan is binnenkomen niet meer mogelijk. Na twee beveiligingsrondes waren we allemaal binnen. YEAH!

Op Facebook was er al aangekondigd dat het ontzettend koud zou zijn en er veel wind stond. Niks aan gelogen, want mijn zes lagen waren niet genoeg. Ik scoorde nog een muts van Dunkin Donuts, super fashionable , twee koppen thee en een energiebar en toen was het wachten, wachten wachten. Mijn mederunners leerde ik ondertussen beter kennen en klappertanden was ook een bezigheid. Ik moest van de zenuwen vier keer naar de wc en aan mijn gezicht was af te lezen dat ik niet op mijn relaxt was.

Ready, set…. GO!

Om kwart over negen liep ik samen met twee anderen naar mijn startvak. Beetje bij beetje schoven we naar voren en deed ik steeds meer kleding uit. Tijdens het wachten zag ik de eerste groep al over de burg rennen, wauw. Wat een mooi gezicht en daar ren ik straks ook! Stijn (niet de fysio maar een andere), startte in hetzelfde startvak als ik en het was super fijn om met iemand de zenuwen te delen. Langzaam liepen we naar voren en toen klonken de startschotten. Aaaahhhhh, we gaan rennen! Het duurde even voor we over de startlijn gingen, maar toen waren we echt aan het lopen. O MIJN GOD, ik loop de TCS NEW YORK CITY MARATHON. SERIOUS?

We begonnen op de grote bekende Verrazano Bridge, vanaf daar kon je heel New York zien. Super mooi! Omdat het zo koud was trokken sommigen hun kleding tijdens het hardlopen uit. Het waaide zo ontzettend hard dat kleren met de wind mee gingen en weer omlaag kwamen. Ik sprong over een fleecetrui heen en kwam te hard op mijn knie terecht. No way, dat ik nu al ga toegeven aan de pijn. Ik besloot mijn mond te houden niets tegen Stijn te zeggen, want anders zou ik de pijn voor mezelf alleen maar bevestigen. De eerste vijf kilometer gingen zo heerlijk, mentaal kon ik het makkelijk aan en ook lichamelijk ging het nog wel prima. We liepen gemiddeld op een pace van 5.20 en onderweg kon ik de mensen langs de kant zelfs nog high five’s geven. Het publiek was echt geweldig. Zoveel leuke en unieke borden aan de kant. Zo gaaf! Ik tikte een bord aan voor wat extra power, kreeg extra adrenaline toen mijn naam probeerden uit te spreken en genoot van de andere runners om mij heen.

5 kilometer

Na vijf kilometer ging Stijn naar de dixies en zou die mij later wel inhalen. Ik rende door op een heerlijk tempo en rond 15 kilometer tikte Stijn op mijn rug. We liepen nog vijf kilometer samen en tikte de twintig kilometer aan op precies twee uur en tien seconden. Daarna kon ik niet meer. Mijn knie deed pijn, het tempo kon ik niet volhouden en dus rende hij door en gaf ik op. Althans zo voelde het. Ik stopte even met rennen en ging een stukje lopen. Dat was het domste idee ooit, want opnieuw beginnen met hardlopen doet nog meer pijn dan doorrennen. Ik verplichtte mezelf om door te rennen en rende naar de brug. Pijn, pijn, pijn. Ja, ik weet het: pijn is voor even, trots is voor altijd. Maar ik kon het niet, mijn knie deed pijn (bleh wat een zeur ben ik) en een brug oprennen ging niet. Ik besloot de brug op te lopen en hem daarna af te rennen. Bij het dalen werd ik ingehaald door teamgenoten die lekker bezig waren. Zij zouden hem zeker weten binnen de vier uur uitlopen. Ik daarentegen…

Inmiddels was ik door al mijn rietjes heen.Waarom heb ik niet meer rietjes meegenomen? Argh, stom!! En nu? Je wordt een soort van creatief in dit soort situaties. Het laatste wat ik wilde was stoppen voor drinken en mezelf onder gooien met sportdrank zag ik ook niet echt zitten. En dus  kneep ik het bekertje van boven dicht met mijn vuist en uit een klein gaatje zoog ik het drinken naar binnen. Een paar meter verderop staan er lieve toeschouwers die tissues uitdelen, waarmee ik de sportdrank van mijn handen kan vegen.

17 mijl

Bij 17 mijl, 27.2 kilometer, stond Caran, samen met anderen die bij de dance4life ploeg hoorden, langs de kant. Ik wist dat van te voren en had dat punt voor ogen gehouden. Kom op Raoun, tot 17 mijl kan je wel, kom op! Dat zei ik hardop tegen mezelf. Het werkte, want ik rende voorbij de 17 mijl. Ik rende nog een stukje door en toen stopte ik. Gadverdamme, waarom stop je nu? Wat walgde ik van mezelf op dat moment. Ik wilde hem zo graag binnen 4.5 uur uitlopen, maar dat was inmiddels haast onmogelijk.

Ik liep naar de zijkant van de weg en begon mijn been te strekken. Misschien zou dat helpen. Twee toeschouwers kwamen bij mij staan, gaven mij een schouderklopje, probeerden mijn naam uit te spreken (heel schattig) en zeiden wat opbeurende woorden. Met moeite kon ik naar ze lachen, want het strekken was zo gevoelig dat er ineens, zomaar, een traan mijn wang overstak. Zomaar… Ik huilde niet hoor, het was slechts een traan die zijn uitweg naar buiten zocht. Iemand van de EHBO kwam naar mij toe en vond het verstandig als ik even naar mijn knie zou laten kijken…

42 kilometer brengt heeeel wat emoties met zich mee. Morgen lees je deel twee!

Liefs,

Raounak

P.S. Benieuwd naar een korte samenvatting van het geheel? Hier kun je luisteren naar het interview met radio2 dat ik een dag later gaf.

NYC Marathon story: deel II

NYC Marathon story: deel III (after)