Selecteer een pagina

Quasi kantoordag

Net voor Ludovico Einaudi mij met Logos wil laten ontwaken, schuif ik de wekker uit en stuur meteen een berichtje met de vraag of we elkaar echt om acht uur treffen, niet vijf of vijftien over acht. Ik douche, zet de waterkoker aan en begin aan de karaktermoord die gister is gepleegd in een talkshow en uitgeschreven is door een tv-recensent.

Na de uiterst efficiƫnte regels van Grunberg, onnodig veel tips voor een beter leven, een stuk over gezonde traktaties en een soja cappuccino, loop ik via het trappenhuis naar beneden, zeg ik geen goedemorgen tegen een medecomplexbewoner die naar boven rent, trek ik mijn fiets uit het rek en trap mezelf naar de plek die in het Nederlands Koffie en Kokosnoten zou heten.

We praten, drinken koffie, lepelen een kom met yoghurt en zaden leeg en fietsen samen de Ceintuurbaan uit. Bij de Van Woustraat ga ik links, over het Frederiksplein, door de Utrechtsetraat, Reguliersdwarsstraat, na twee keer links de Herengracht op waar ik mijn fiets met twee sloten aan een boom klem. Ik ren de trap op, duw de sleutel in het slot, draai, druk met heel mijn lichaam tegen de deur van het herenhuis en loop met twee treden tegelijk naar boven.

Het water in de waterkoker is nog warm en de thee waarvan ik houd is nog niet op. Mijn computer start op, mijn weekend is besproken, de ontwikkelingen zijn opgesomd, de aangevulde fotomuur is bekeken en de probleemgevallen sieren mijn nog-te-doen-lijstje. Ik werk, drink thee, help, laat me helpen, verdwaal in gedachten en druk mijn computer uit als de tijd op het rooster overeenkomt met die van mijn telefoon.

De ramen trek ik dicht, de deuren gaan op slot, de lichten uit en het alarm aan. We wensen elkaar een fijne avond en delen hardop dat we elkaar morgen zien. Mijn fiets staat er nog. Ik maak een tussenstop bij de sportschool waar m’n lichaam zich in poses van ballerina’s waagt en fiets bezweet naar huis.

Ik heb te langzaam gefietst; mijn afspraak staat al voor de deur. Als ik uit de badkamer kom, staat de lasagne in de oven, de glazen zijn half vol, de gordijnen dicht. We eten, we drinken, we kijken televisie op een laptop, we snacken tot de avond nacht wordt. Als de deur in het slot valt, zet ik mijn wekker voor straks, was de borden, schaaltjes, glazen en bestek, blaas de kaarsen uit en trek het dekbed over me heen.